Diepenbrock in Den Bosch
Het Brabants Dagblad vatte op 3 december Diepenbrocks feestjaar kort samen: “In het herdenkingsjaar verscheen een cd-box met acht cd's met Diepenbrocks belangrijkste werken en een documentaire op dvd. Componist en Musicoloog Leo Samama schreef de monografie Alphons Diepenbrock Componist van het vocale. Amsterdam University Press, 29,50 euro.” Mieske van Eck licht in een artikel Diepenbrocks Bossche uit en passant noemt ze Samama’s monografie: “Een boeiend en helder geschreven boek over leven en werken van misschien wel Nederlands grootste componist naast J.P. Sweelinck.”

Diepenbrock ge‘track’ed
Diepenbrocks
Berceuse (RC 111) klonk op 22 november in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Die avond vulde mezzosopraan Rosanne van Sandwijk Tracks, een serie hippe concerten van een uur, compleet met afterparty. Tijdens dit humoristische concert vormden liederen van Charles Yves de rode draad. Van Sandwijk (in een interview door Daniël Bertina in het parool van 19 november): “Het wordt een bijzonder programma. Vooral het werk van Diepenbrock is niet gemakkelijk te programmeren en daardoor niet zo vaak te horen… Dat heeft te maken met de ongebruikelijke combinatie van mezzospraan en cello. Het is een betoverend Frans slaapliedje met een prachtig samenspel en een romantische tekst. Ik wilde dit lied altijd al een keer live zingen, maar het kwam er nooit van. Tracks zit vol muziek die me héél diep raakt."

Samama gerecenseerd
Op 21 november verscheen in het Reformatisch Dagblad een uitgebreide recensie van
Alphons Diepenbrock. Componist van het vocale.
S. M. W. Bezemer vermeldt enkele kernpunten uit Diepenbrocks leven en componeren: “Zijn klassieke achtergrond was bepalend voor zijn componeren. Diepenbrock schreef niet zomaar vocale muziek, maar zijn ritme en melodie werden bepaald door het woord. Je kunt dan ook merken dat maatsoorten bij hem voortdurend worden overschreden of veranderd.”
Het artikel sluit af met een waardering voor zowel Samama als Diepenbrocke:
“Leo Samama schreef deze fraai uitgegeven monografie in opdracht van het Alphons Diepenbrock Fonds. Hij geeft een evenwichtige beschrijving van deze melancholieke mysticus, bij wie het dagelijks leven eerder langs hem heen leek te gaan dan dat het hem wezenlijk raakte. Toch beschikte Diepenbrock over een scherpe pen, getuige de polemieken die hij via brieven en kranten voerde. Het laatste deel van het boek behandelt een aantal van Diepenbrocks werken. De auteur is hier op zijn best, zoals in de muzikale karakterschets op bladzijde 191. Al valt er op de mens Diepenbrock genoeg aan te merken, toch stijgt zijn muzikale betekenis ver boven zijn persoon uit. Zijn muziek verdient beslist meer aandacht dan ze tot op heden krijgt. Toegegeven, ze is zowel technisch als inhoudelijk niet eenvoudig. Maar de beloning voor het nemen van die barrières is de moeite waard.”


Diepenbrock in Carnegie Hall
MarlisPetersen_2
Op vrijdag 26 oktober gaf de Duitse sopraan Marlis Petersen een recital met Goethe-liederen in de Weill Recital Hall van het beroemde New Yorkse concerthuis Carnegie Hall. Op het programma stond ook
Mignon RC 12 (“Kennst du das Land?”) van Alphons Diepenbrock. Zachary Woolfe schreef in de New York Times van 29 oktober een lovende recensie, waarin een detail uit juist dit lied werd uitgelicht:

“Her voice is lively, a bit flinty and thin as it rises but never unattractive and always expressive. A detail as tiny as her rich pronunciation of “Goldorangen” — “golden oranges” — in Alphons Diepenbrock’s “Do You Know the Land” (Mignon) captured an entire world of lushness and longing.“

Verder zong Petersen liederen van onder meer Schubert, Mendelssohn (2), Wagner, Beethoven, Sommer, Medtner, Liszt, Tsjaikovski en Eisler en werd hierbij begeleid door pianist Jendrik Springer.


De september-festiviteiten


van dit Diepenbrockjaar werden royaal uitgemeten in de pers. Zo kondigde het Reformatorisch Dagblad op 1 september de lancering van de online-oeuvrecatalogus aan:

“Een team van muziekwetenschappers heeft beschrijvingen van alle werken van de Nederlandse componist Alphons Diepenbrock (1862-1921) gemaakt en in een onlinecatalogus ondergebracht. Diepenbrock wordt gezien als de belangrijkste Nederlandse componist van de decennia rond 1900. De catalogus werd gemaakt in opdracht van de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis (KVNM) en de Stichting Reeser-Publikatiën. Het Nederlands Muziek Instituut (NMI) in Den Haag gaat het project beheren. De tweetalige website wordt op donderdag 6 september in Den Haag gepresenteerd.”


De Haagse afdeling van het Algemeen Dagblad vermeldde op 24 september dat Diepenbrock online staat:

“De catalogus met alle werken van de Nederlandse componist Alphons Diepenbrock (1862-1921) is nu te raadplegen via de site www.diepenbrock-catalogus.nl. De site is onlangs gelanceerd door Odilia Vermeulen, de kleindochter van de componist…”

Thiemo Wind gaf in De Telegraaf van 14 september een uitvoerig overzicht van de festiviteiten rondom Diepenbrocks 150e verjaardag, maar de teneur van dit artikel was droevig:

“Of het groot feest was in het Nederlandse muziekleven? We hadden het graag gemeld. Dat de meeste Nederlandse orkesten zich in een groot zwijgen hullen, mag als beschamend worden bestempeld. Wie Diepenbrock wil horen, is primair aangewezen op de [anniversary cd] box. Het belangrijkste zit erin. Eén opname is van zeer recente datum: op 25 februari van dit jaar klonk tijdens de ZaterdagMatinee de Missa in die festo.”


In een historisch exposé wordt Diepenbrock neergezet als autodidact componist, die onder invloed van Wagner, Mahler en Debussy vooral zichzelf bleef. Ook wordt ingegaan op de grootschalige symfonische liederen, die volgens Wind ‘associaties oproepen met Gustav Mahler’ en van een klasse apart’ zijn. Hij vervolgt de bespreking van de anniversary editie bitter:

“De musicoloog Ton Braas heeft als samensteller van de box uit een breed reservoir kunnen putten. Want al blijft het dit jaar in de concertzalen een armzalige boel, het verleden is rijk. In georkestreerde liederen kunnen we bijvoorbeeld Annette de la Bije nog horen zingen. Van de Engelse platenfirma Chandos konden studioregistraties worden betrokken van het Residentie Orkest onder leiding van Hans Vonk. Legendarisch is Die Nacht in een uitvoering door de Engelse mezzo Janet Baker en het Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink.De uitvoeringsdatum, 25 maart 1971, had wel even vermeld mogen worden. En welke datum en solisten horen bij het Te Deum onder leiding van Eduard van Beinum? Afgezien van zulke omissies is de box prachtig verzorgd. De cd’s gaan vergezeld van een uitbundig geïllustreerd, 172 pagina’s tellend boekje dat een toelichting bevat door de musicoloog Leo Samama, van wiens hand deze maand ook een boek over Diepenbrock zal verschijnen. Inmiddels is op internet een digitale oeuvrecatalogus gelanceerd van een ongelooflijke compleetheid. Die Nacht klinkt eind september drie keer bij het NedPhO, met Helena Rasker als soliste. Zo wordt het toch nog feest.”


De cd box werd ook door Bas van Bommel besproken in het NRC van 11 oktober.

Op 22 september werd Leo Samama’s monografie over Diepenbrock gepresenteerd in de Spiegelzaal van het Concertgebouw. Het aansluitende concert werd in het Haarlems Dagblad op 17 september aldus aangekondigd:

“Het Nederlands Philharmonisch Orkest begint het nieuwe seizoen met een schitterend en indrukwekkend programma onder de veelzeggende titel Romantische nacht. Dirigent is Marc Albrecht, de chef van het orkest. Anton Bruckner heeft daarin een ereplaats. Hij verloor zijn hart voortdurend, vroeg elke vrouw die beviel meteen ten huwelijk, maar is uiteindelijk nooit getrouwd. Al die heftig opspelende gevoelens zijn terug te vinden in Bruckners Vierde Symfonie. Die kreeg dan ook als veelzeggende bijnaam: Romantische.Daaraan voorafgaand viert het orkest de honderdvijftigste geboortedag van de Nederlandse componist Alphons Diepenbrock, tijdgenoot van Bruckner. Van hem klinkt het zwoele orkestlied De nacht. Daarin treft hij de sfeer van de broeierige tekst. Het is muziek met de geuren van Bruckner en Mahler. Ook doet zijn werk soms denken aan dat van Debussy, net zo oud als Diepenbrock. Niettemin is het stuk typerend voor de late romantiek van Diepenbrock. Soliste is de Nederlandse alt Helena Rasker. Ze studeerde in Den Haag, Tanglewood en Londen en was te gast bij tal van gerenommeerde orkesten en operahuizen.”


Op 25 september lazen we in Biëlla Luttmers enigszins zuinige recensie in De Volkskrant:

“Die Nacht heet het werk waarmee het Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPhO) een lichtstraal laat vallen op de weelderige, warm getinte wereld van Alphons Diepenbrock. De noten van de Nederlander, 150 jaar geleden geboren, worden niet vaak meer gespeeld. Je kunt je eraan schroeien, maar op minder geslaagde momenten mist Diepenbrock het dwingende charisma van tijdgenoten als Mahler en Debussy. En dan staat de gulzige mond der vergetelheid al snel klaar om je te verslinden.Voor Die Nacht gebruikte hij regels uit Friedrich Hölderlins gedicht Brot und Wein. Aan de oppervlakte lijkt het stuk kalm en sereen, maar in de nachtelijke sfeer gebeurt er zo veel tegelijk dat het je duizelt. Waar je aandacht op te richten? Op de vioolsolo, etherisch hoog boven het orkest? Op de hobo, die een vervolg speelt van de zangmelodie? Of op de fluwelen altstem van Helena Rasker, die de diepte in duikt, maar even verderop alweer fier boven het orkest uit straalt? Doseren was niet Diepenbrocks ding. Met de overigens prachtige vondsten in Die Nacht had hij met gemak nóg drie composities kunnen vullen.”


Samama’s monografie kan rekenen op positieve recensies. De site van de uitgever somt op:

“ 'Leo Samama brengt de persoon en het werk van Alphons Diepenbrock zo dichtbij dat je de biografie tot het einde blijft lezen. Een knappe prestatie.' - Paul Witteman 'Leo Samama componeerde een fraai biografisch essay over Alphons Diepenbrock, die van componerende classicus een componist werd met klassieke eruditie, en situeerde hem in de “tweede gouden eeuw” van Amsterdam, de jaren rond 1900…In dit fraaie biografische essay van Leo Samama staat Alphons Diepenbrock voortdurend op een kruispunt: classicus van huis uit, maar componist op eigen kracht; van Duitse herkomst maar doelbewust Frans georiënteerd; diepzinnig katholiek maar vrijzinnig; Nietzsche prefererend boven Wagner.' -Jan Bank”


Elsbeth Etty voegt hier aan toe in het NRC van 15 september:

“Grote verrassing deze week is een prachtboek over Nederlands grootste componist, Alphons Diepenbrock (1862-1921). Ter gelegenheid van diens 150ste geboortejaar publiceerde Leo Samama, zelf ook componist, de biografie Alphons Diepenbrock. Componist van het vocale (Amsterdam University Press, 321 blz. EUR 29,50). Er is al veel bekend over de schepper van Missa, Stabat Mater en Te Deum, vriend van Mahler en Mengelberg en Tachtigers als Herman Gorter en Willem Kloos. Behalve zijn correspondentie, aan hem gewijde essays en monografieën, verscheen vorig jaar Erik Menkvelds ontroerende debuutroman Het grote zwijgen over Diepenbrocks huwelijk met Elisabeth de Jong van Beek en Donk en hun beider overspeligheid. Alles in dit gefictionaliseerde liefdesdrama berust op feiten, zo blijkt uit deze biografie, rijk geïllustreerd met bijzondere foto's van Diepenbrock en zijn entourage, waaronder Gustav Mahler op bezoek in Nederland.”


Als fantastisch accompagnement bij deze festiviteiten sleepte Erik Menkveld met zijn Diepenbrock-Vermeulen-roman
Het grote zwijgen de Academica Literatuur Prijs in de wacht. Arjan Peters in De Volkskrant van 14 september:

“Voor zijn historische roman Het grote zwijgen heeft Erik Menkveld (1959) donderdag de Academica Literatuur Prijs voor debutanten gewonnen. De prijs van 10 duizend euro werd Menkveld uitgereikt tijdens een feestelijke avond in het Haagse theater Diligentia.Behalve Menkveld waren debutanten Erik Nieuwenhuis en Daphne Huisden geselecteerd uit zesentachtig inzendingen. De Academica Literatuurprijs ging vorig jaar naar Bonita Avenue van Peter Buwalda.De prijswinnende roman van Menkveld speelt in de eerste helft van de vorige eeuw, een periode van grote idealen en hooggestemde bewoordingen en handelt over de vriendschap tussen de componist Alphons Diepenbrock en de jongere criticus-componist Matthijs Vermeulen.De auteur documenteerde zich uitvoerig, maar moest ook zijn verbeelding aanspreken, vooral vanwege de rol van Elisabeth, de vrouw van Diepenbrock. Zij krijgt een verhouding met Vermeulen, wat het begin betekent van een tragische wending in de vriendschap tussen de twee mannen.Menkvelds roman, inmiddels toe aan de vijfde druk, kreeg behalve waarderende recensies ook lof toegezwaaid van Cees Noote-boom: 'Een prachtig bijna nostalgisch beeld van Amsterdam, honderd jaar geleden.'Voordat hij met fictie debuteerde, maakte Menkveld naam als dichter, en als auteur van een bundeling met brieven aan bewonderde kunstenaars. Daarnaast is hij bekend als poëziecriticus van de Volkskrant.”


Thomas de Veen vermeldde in zijn artikel in het NRC (eveneens op 14 september):

“De jury noemde het boek ’niet “zeer goed”, het is nog beter dan dat’. De Academica Literatuurprijs is de grootste Nederlandse prijs voor een literair debuut. Een vakjury koos uit de 87 inzendingen een shortlist van drie, waarna een publieksjury de winnaar mocht aanwijzen. Die noemde Het grote zwijgen ‘breed opgezet en filmisch’… Het winnende  prozadebuut van Menkveld is een historische roman over de Amsterdamse muziekwereld van het begin van de twintigste eeuw. NRC-critica Janet Luis was in haar recensie enigszins zuinig. Ze noemde de roman ’geen straf’, maar: ’vurig wordt het nergens. Menkveld beschrijft het allemaal wat stijfjes; hij weet geen echte ontroering te wekken, geen oprecht medelijden, geen plaatsvervangende woede over de kennelijke misstanden in de toenmalige orkestwereld.’ Daarop klom Cees Nooteboom in de pen om een weerwoord te geven: hij werd wél ontroerd, ’en dat gebeurt me niet vaak bij boeken’. Nooteboom: ‘Ik zou het doodzonde vinden als door deze kritiek het werk van jaren met allerlei fascinerende historische details ongelezen zou blijven.’…”



Opmerkelijk fris

Het werk van één van 'Nederlands grote geesten' op muziekgebied, Alphons Diepenbrock wordt niet dikwijls uitgevoerd, zo concludeert Frits van der Waa op 4 juli in de Volkskrant. 'Zo verbazingwekkend is dat niet, want het is muziek die hoge eisen stelt aan de musici, en vaak ook aan de luisteraar, met zijn veelstemmige texturen en zijn bespiegelende, hymnische karakter.' Van der Waa is voorzichtig enthousiast over de kwaliteit van de opnamen van de Anniversary Edition. 'De oudste opname (van het Te Deum onder Eduard van Beinum) stamt uit 1956 (wat overigens niet in het boekje staat), en dat is enigszins te horen. Ook de cd met a-cappellakoorwerken bevat veel live-opnamen, die nogal wisselend van kwaliteit zijn. Daarentegen klinken de opnamen die de KRO in 1963 maakte van een aantal georkestreerde liederen opmerkelijk fris. Het overgrote deel van het materiaal stamt uit de jaren negentig.'
Van der Waa is lovend over Im grossen Schweigen in een 'topuitvoering uit 1990 door het Residentie Orkest en Robert Holl onder Hans Vonk. Vreemd overigens dat dit orkest, dat destijds zo veel heeft gedaan voor Diepenbrock, de componist in zijn jubileumjaar geen enkele keer op het programma heeft gezet. Hoe prachtig zo'n cd-box ook is, een levende uitvoering in een echte zaal klinkt altijd beter.'


Etcetera's daad

'Als er één compositie van zijn hand is die Alphons Diepenbrock (1862-1921) internationale status had kunnen moeten bezorgen, dan is dat wel zijn Te Deum uit 1897. Een overtuigende en breed uitwaaierende zetting van deze lofzang op God voor vier solisten, koor en orkest.' Aldus Peter van der Lint in Trouw (dinsdag 3 juli), die paralellen bespeurt tussen dit werk en de tien jaar later gecomponeerde Achtste symfonie van Gustav Mahler. Van der Lint weet zich met zijn lof in het gezelschap van Matthijs Vermeulen, die schreef 'al in 1912 bij gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de componist: 'Diepenbrocks Te Deum is religieus en hymnisch, waarachtig in zijn elevatie en grootheid; schoon van passie en ziel, brandend van goddelijkheid ondanks alles; het is sterk en zacht, het is jong en opbruisend, bezit de grote emotie, de tirannieke hartstocht en klank het eist eerbied.'
Volgens van der Lint zitten er 'mooie rariteiten in de box, zoals de Hymne aan Rembrandt voor koor, orkest en sopraan. […] Het was de eerste cd-opname van Eva-Maria Westbroek, die toen ze het terughoorde dacht dat het Nederlands dat ze zong naar Pools klonk.'
De concertregistratie van de Missa in Die Festo, in de oorspronkelijke versie voor mannenkoor, tenor en orgel, is de enige gloednieuwe opname in deze verzameling. 'En door die ene nieuwe opname bij te voegen, stelt Etcetera een daad.'



Drieluik


Bas van Putten ontrafelt in de Groene Amsterdammer van 17 mei Diepenbrocks psyche. Aan de hand van talrijke brieffragmenten schildert hij een componist die zich geen raad weet met zijn hartstocht en lijkt te falen door een bijna onmenselijke perfectie. Over Diepenbrocks uitgebreide correspondentie zegt hij: 'Na duizenden pagina's, ik heb ze gelezen, ben je niettemin bijna opgelucht dat de wereld een beetje lichter en oppervlakkiger is geworden. In eenzaam briefverkeer met andere bloedernstige, malende
high potentials van zijn slag verliest de jonge doctor zich in maagdelijk wijdlopige filosofisch-religieuze ejaculaties van verstikkende belezenheid.' Van Putten tracht te achterhalen waarin Diepenbrock (vergeleken met Mahler, Strauss en Dubussy) te kort schiet. In Diepenbrocks muziek als Marsyas en het Te Deum is haast alles feilloos, maar wat ontbreekt is het verlossende moment. De reden hiervoor zoekt hij in een gewaagde conclusie over Diepenbrocks persoonlijkheid: 'Luisterend naar de elegant tobbende liederen – vanaf de vroegste specimina muziek van kaliber – wil je weten of genie niet ook karakter is, of het probleem Diepenbrock – als je het zo wilt zien - niet te wijten is aan een karakterweeffout, een persoonlijkheidsprobleem dat hem belette zijn unieke talent zo tijdloos te vergulden als het hoorbaar had gekund.'

Erik Voerman breekt in zijn bespreking van de Anniversary Edition in het Parool van 30 mei een lans voor het uitvoeren van Diepenbrocks werk. Zowel Mahler als Mengelberg bewonderde zijn muziek. 'Waarmee gezegd zij dat hij meetelde'. Mahlers muziek veroverde de wereld, maar 'internationale faam voor Diepenbrock [kwam] nooit van de grond.' Zwaar onterecht, getuige Voermans lovende opsomming van de inhoud van de cd-box. 'Nee, de zaak Diepenbrock is nog lang niet verloren. Misschien moeten ze bij het Concertgebouworkest om te beginnen maar eens een paar seizoenen lang alle grote gastdirigenten verplichten Marsyas op het programma te nemen. Anders mogen ze niet komen. Men moet de dingen soms een beetje forceren.'

Ten slotte: Maarten-Jan Dongelmans is in zijn artikel
Monumenten voor Nederlandse kanjers (de Gelderlander, 9 juni 2012) meer dan lovend over de Alphons Diepenbrock Anniversary Edition. Volgens hem is de cd-box een 'buitenkansje qua kwaliteit én repertoire', die 'smaakt naar meer. Veel meer.'


De nutteloze schoonheid van Diepenbrocks muziek

Gereformeerd predikant David de Jong wijdt in het Nederlands Dagblad van 26 juli een column aan Diepenbrock. Hij roemt Diepenbrocks composities: 'Diepenbrock spreekt een klanktaal die verwant is aan die van Gustav Mahler. Toch doet Mahler me weinig en Diepenbrock me veel. Waarschijnlijk komt dat doordat Diepenbrocks emoties wat minder aan de oppervlakte komen. Zijn muziek bevat een geheim...Ik beluister in Diepenbrocks werk een afkeer van holle klanken en grote woorden.'
David eindigt zijn column met een pleidooi tegen de bezuinigingen van staatssecretaris Halbe Zijlstra, waardoor onder meer het Nederlands Muziek Instituut met sluiting wordt bedreigd. De houding van de regering illustreert hij met een citaat van Diepenbrock uit een ingezonden stuk uit het weekblad Toonkunst van maart 1905: 'In Holland is iedere regeering en iedere volksvertegenwoordiging, onverschillig welke politiek zij voorstaat, welke kleur zij draagt, van de oneindige vele spelingen tusschen pikzwart, sneeuwwit en vuurrood, niet alleen onmuzikaal maar zelfs antimuzikaal. Het kan niet anders of een regeering representeert althans in hetgeen zij niet doet tot op zekere hoogte den geest der natie.' David de Jong verwijt de Nederlandse politiek gebrek aan fantasie: 'Achter de horizon van de eurocrisis doemt slechts het visioen van de kenniseconomie op. In het denken van zulke visionairs is geen ruimte voor de nutteloze schoonheid van Diepenbrocks muziek. Ondertussen maken vooral dingen die geen nut hebben gelukkig. De sluiting van een nutteloos instituut als het NMI is een teken aan de wand.'


Menkvelds Bedrog

Alphons Diepenbrock speelt de hoofdrol in Erik Menkvelds roman
Het grote zwijgen, die in mei 2011 verscheen. Het Katholiek Nieuwsblad plaatste deze week een lovende recensie met als titel: "Diepenbrocks bedrog".

…Alleen al de wijze waarop het boek ons binnenleidt in de Nederlandse muziekwereld van de vorige eeuwwisseling maakt het lezenswaardig…

…een bijzonder boek, dat voor een groot deel geslaagd is. Diepenbrocks geworteldheid in de Tachtigers, zijn vriendschap met Mahler, zijn wisselende relatie met medekatholiek Mengelberg en zijn cultureel pessimisme, voortkomend uit de Eerste Wereldoorlog, maar ook uit zijn gefrustreerde liefdesleven, komen in hun onderlinge verband weer tot leven. De geschiedenis van de Missa in die festo, juist nog besproken in deze krant (zie KN 6) en uitgevoerd in het Concertgebouw, passeert ook de revue…

http://www.katholieknieuwsblad.nl/boek/item/1799-diepenbrocks-bedrog.html